Spoednummer 06 - 1060 0510
071 - 532 6860

Stuitligging


Normaal gesproken wordt tijdens de geboorte het hoofdje van de baby eerst geboren. Dit is in bijna 95% van de bevallingen het geval. Rond een zwangerschapsduur van 36 weken is het belangrijk dat de baby met het hoofdje naar beneden ligt.

Tijdens het uitwendig onderzoek, wat tijdens het spreekuur wordt verricht, bepalen wij of het kindje met het hoofd naar beneden of naar boven ligt. Indien hier twijfel over bestaat, zal er met behulp van de echo duidelijkheid worden verkregen.

Als het kindje rond 36 weken nog met het hoofdje omhoog ligt, is de reden vaak onduidelijk. Soms is het kindje al volgroeid waardoor er nog maar weinig ruimte in de buik is om te draaien. Soms is het juist zo dat er nog genoeg ruimte is in de baarmoeder en het kindje juist volop blijft draaien en hierdoor niet de kans krijgt om vast te gaan liggen.

Omdat een bevalling van een kindje in stuitligging meer risico’s met zich meebrengt heeft het de voorkeur het kindje toch nog met het hoofdje naar beneden te krijgen. Hier is een aantal manieren voor:

Moxa-therapie
Moxa-therapie valt onder de alternatieve geneeswijzen en is een methode die vanaf 33 weken al toepast kan worden. De moxa-therapie kan je zelfstandig thuis toepassen en is zonder risico’s voor de zwangerschap. Met een moxa-stick, die wat weg heeft van een grote sigaar, vind de therapie plaats. De moxa-stick moet in ieder geval gedurende 2 weken 15 minuten per dag bij de kleine teen van de zwangere gehouden worden. Moxa-therapie is geheel pijnloos. Voor meer informatie over moxa-therapie bij een stuitligging, klik hier.

Als het niet lukt om het kindje te draaien zal je met de gynaecoloog bespreken of je alsnog vaginaal of middels een keizersnede gaat bevallen. Hierbij worden allerlei afwegingen gemaakt zoals bijvoorbeeld de grootte van het kind en het hoeveelheid vruchtwater. In dat geval blijf je onder begeleiding van de gynaecoloog tijdens het laatste stukje van de zwangerschap en tijdens de bevalling. Wij komen dan nadat je bevallen bent bij je thuis voor de nazorg in de kraamperiode.

De uitwendige versie
Bij een uitwendige versie gaat de gynaecoloog in het ziekenhuis proberen met de handen op de buik het kindje te draaien. Dit gebeurt rond een zwangerschapsduur van 36 weken. De gynaecoloog probeert met zijn/haar handen de billen van de baby naar boven  te draaien in de hoop dat het kindje koppeltje duikelt en met het hoofd beneden gaat liggen. De versie vind plaats in het ziekenhuis omdat er voorafgaand aan de versie een echo wordt gemaakt en een hartfilmpje wordt gedraaid. Dit hartfilmpje wordt na de versie herhaald. Zie het filmpje voor meer informatie.